Spring naar inhoud

's Ochtends vroeg was ik getuige van een on-Nederlands tafereel: een groep vale gieren maakte een rondje boven Europa en hadden overnacht in een aantal sparren bij Renswoude.

Om zeven uur waren ze alle weer opgevlogen en de dag was nog lang. Ik vertrok daarom naar het Wooldse veen bij Winterswijk, een klein hoogveengebied dat over de grens met Duitsland gaat. Dit is een van de weinige gebieden waar de hoogveenglanslibel vliegt.

Deze zeldzame libel heb ik uiteindelijk kort gezien, maar helaas geen foto. Voordat ik mijn lens kon wisselen was hij alweer gevlogen. Talrijk waren wel een aantal andere libellensoorten zoals de noordse witsnuitlibel, viervlek en de gevlekte witsnuitlibel.

Noordse witsnuitlibel (man)
Noordse witsnuitlibel (man)
Noordse witsnuitlibel (vrouw)
Noordse witsnuitlibel (vrouw)
Gevlekte witsnuitlibel (jong mannetje)
Gevlekte witsnuitlibel (jong mannetje)
Viervlek
Viervlek

Daarnaast nog enkele leuke vlindersoorten gezien, een aantal bont dikkopjes en een groentje, altijd lastig op de foto te krijgen.

Bont dikkopje
Bont dikkopje
Groentje
Groentje

Enorm talrijk waren de groene zandloopkevers. Van dichtbij zien deze roofkevers en opvallend uit. Op de foto hieronder zijn de grote slagtandvormige kaken en uitpuilende ogen goed te zien.

Groene zandloopkever
Groene zandloopkever

Share This:

Begin mei zijn de eerste vlinders weer te verwachten die als rups of pop hebben overwinterd. Op de eerste mooie warme dag in mei waagde ik dan ook mijn kans op de Sint-Pietersberg in Maastricht. Bij aankomst was het al warm en zonnig, dus de dag beloofde veel goeds.

Wat direct opviel was het grote aantal boswitjes dat hier vloog. Het boswitje komt in Nederland alleen in Zuid-Limburg voor en doet het daar zeer goed.

Boswitje
Boswitje

Op het schrale grasland zag ik een aantal bruin dikkopjes, een zeldzame soort van schrale kalkgraslanden waarvan Zuid-Limburg de noordelijke grens vormt van het verspreidingsgebied. Dit laatste geldt ook voor het kaasjeskruiddikkopje, die ik echter niet heb kunnen vinden.

Bruin dikkopje
Bruin dikkopje

Wat opviel waren de in grote getalen aanwezige klaverspanners, een nachtvlinder die overdag ook actief is.

Klaverspanner
Klaverspanner

De koninginnepage is een vlinder die te verwachten valt in dit gebied. Deze prachtige vlindersoort doet het de laatste jaren slecht in Nederland. Na een aantal jaar waarin de koninginnepage zich steeds noordelijker leek uit te breiden, is er helaas weer een duidelijke terugval te zien. De Sint-Pietersberg is echter zuidelijk genoeg om een goede kans te maken. 's Ochtends vroeg waren er al enkele exemplaren gezien, maar daarna waren ze spoorloos. Koninginnepages doen echter aan 'hilltopping': ze vliegen naar het hoogste punt waar de mannetjes vervolgens bakkeleien om de beste plaats (de hoogste) te krijgen. Het vrouwtje wil namelijk paren met het fitste mannetje dat het hoogst weet te komen.

Koninginnepage (mannetje)
Koninginnepage (mannetje)

Zestig meter boven de Sint-Pietersberg is de top van een kunstmatige berg, D'n Observant, waar inderdaad koninginnepages rondvlogen. Ik telde er een stuk of acht. Fotograferen bleek moeilijk want ze waren erg vliegerig, maar ik heb toch nog een aardige foto kunnen maken. De wandelaars en mountainbikers die deze plek als doel hadden trouwens weinig oog voor deze zeldzaamheid...

Landkaartje
Landkaartje
Argusvlinder
Argusvlinder

Tijdens de uren op dit warmste en beschutte plekje zag ik ook enkele landkaartjes, uiteraard in de voorjaarsgeneratie en een argusvlinder die zich telkens bleef opwarmen op de op het zuiden gelegen stenen muur. Een geslaagde dag!

bloempjei

Share This:

In Nederland vliegen diverse zeldzame glazenmakers rond. Ze zijn vaak lastig op naam te brengen, omdat ze op meer algemene soorten (en op elkaar) lijken en, zoals de meeste glazenmakers, de gewoonte hebben om voortdurend te vliegen waardoor je ze niet lang genoeg in beeld krijgt om alle kenmerken te kunnen zien. Een speld in een hooiberg dus, een flinke uitdaging.

Deze glazenmakers vliegen vaak laat in het jaar, maar de laatste weken is het volop nazomer dus dat verhoogt de kansen. Op woensdag 7 september nam ik daarom een dagje vrij om naar het hoge noorden af te reizen voor de noordse glazenmaker en de venglazenmaker. De noordse is echt zeldzaam en komt maar op enkele plekken voor op vennetjes met hoogveen in het bos. Hij heeft de gewoonte om op te warmen op een boomstam en daar hoopte ik eigenlijk op. Maar na vanaf 9 uur enkele uren te hebben rondgelopen en iedere boom bestudeerd, zag ik geen noordse glazenmakers. Wel erop lijkende paardenbijters, keizerlibellen en blauwe glazenmakers. Op goed geluk fotografeerde ik langdurig vliegende libellen, in de hoop daar toch een noordse glazenmaker tussen te zien. Maar helaas.

Grote keizerlibel
Grote keizerlibel mannetje

In de middag vertrok ik naar het Fochteloërveen, een van de bolwerken van de venglazenmaker. Daar had ik meer geluk. Op diverse plaatsen waren patrouillerende mannetjes te zien en het lukte er een redelijk op de foto te zetten.

Venglazenmaker
Venglazenmaker mannetje
Leefgebied venglazenmaker
Leefgebied venglazenmaker

Het was ondertussen behoorlijk warm geworden en er is nauwelijks schaduw in dit grote laagveengebied, dus ik was behoorlijk opgewarmd toen ik na toch nog een geslaagde dag weer huiswaarts keerde. En de dag werd nog geslaagder, want uiteindelijk bleek dat het eiafzettende vrouwtje blauwe glazenmaker dat ik had gefotografeerd, een noordse glazenmaker was!

Noordse glazenmaker vrouwtje
Noordse glazenmaker vrouwtje

Omdat het weer maar mooi bleef, durfde ik op zondag 11 september de reis naar Zeeland wel aan. In de Dishoek ten westen van Vlissingen bevinden zich enkele zuidelijke glazenmakers, in een klein maar zeer succesvol gebiedje, waar vorig jaar nog de zadellibel werd gezien en waar dit jaar enkele honderden gaffelwaterjuffers vlogen, tot voor kort toch een zeldzame soort. Het bleek toch erg lastig, er vlogen tientallen paardenbijters rond die erg op de zuidelijke glazenmaker lijken. Na 3,5 uur posten bij het bewuste territorium had ik eindelijk geluk toen een mannetje vlak bij me ging zitten en zich goed liet fotograferen. De aanhouder wint.

Zuidelijke glazenmaker mannetje
Zuidelijke glazenmaker mannetje

Tenslotte nog een vrouwtje zwervende pantserjuffer mooi op de plaat kunnen zetten, waarvan enkele exemplaren ook hier vliegen. Een oud exemplaar, te zien aan de bronskleurige tinten. Tot voor kort was de zwervende pantserjuffer nog een redelijk algemene soort, maar de laatste jaren is hij steeds zeldzamer.

Zwervende pantserjuffer
Zwervende pantserjuffer vrouwtje

 

Share This:

3

Op een van de weinige mooie dagen in deze toch wat tegenvallende zomer ging ik naar Ommen voor de sleedoornpage. De sleedoornpage is een redelijk zeldzame, oranjekleurige page. Net zoals andere kleine pages als de eikenpage en iepenpage leeft de sleedoornpage veel bovenin de bomen, wat het extra lastig maakt om hem te zien te krijgen. De sleedoornpage komt ook voor in bewoonde gebieden en de eitjes zijn in de winter dan goed te zien, afgezet op de sleedoorn.

Het zien van een volwassen exemplaar is andere koek. Het gebied waar hij de laatste tijd gezien werd bleek groot. Het is dan toch wel zoeken naar de bekende speld in de hooiberg. De pages die zich de eerste uren lieten zien bleken eikenpages. Ook mooie vlinders, maar niet de beoogde soort.

Eikenpage
Eikenpage

Geduld werd beloond, want uiteindelijk lukte het dan toch de sleedoornpage mooi in beeld te krijgen, zij het dan wel op een eikenblad en niet de verwachte sleedoorn.

Sleedoornpage
Sleedoornpage

In dit gebied zag ik verder nog een aantal paardenbijters en een kommavlinder, toch ook een relatieve zeldzaamheid.

Paardenbijter (mannetje)
Paardenbijter (mannetje)
Kommavlinder
Kommavlinder

De lucht begon inmiddels te betrekken en op het programma stond ook nog een bezoek aan het Woldlakerbos in de Weerribben. Eenmaal ter plaatse bij dit soortenrijke, vochtige bosgebied, bleek de regen inmiddels Overijssel bereikt te hebben. In combinatie met een behoorlijke wind zo ongeveer de slechts mogelijke omstandigheden om de kempense heidelibel te vinden, die hier de laatste jaren voorkomt. Voorheen kwam deze heidelibel alleen voor in de Kempen (vandaar de naam), maar evenals een aantal andere zeldzame soorten zoals de sierlijke witsnuitlibel en grote vuurvlinder, weet deze libel zich onverwacht succesvol voort te planten in de Weerribben.

Toen de regen ophield kwamen de kleine libellensoorten voorzichtig te voorschijn. Veel zwarte heidelibellen, steenrode, bloedrode en bruinrode. Deze soorten zaten ook veel op de paden. Verscholen in het riet vlakbij het water waren behoorlijk wat exemplaren van de kempense heidelibel te zien. Een mooie soort die onmiddelijk te herkennen is aan de regelmatige zwarten vlekjes op de zijkant.

Zwarte heidelibel (mannetje)
Zwarte heidelibel (mannetje)
Kempense heidelibel (vrouwtje)
Kempense heidelibel (vrouwtje)
Kempense heidelibel (mannetje)
Kempense heidelibel (mannetje)
Grote spinnende watertor
Grote spinnende watertor

Verder op het pad stapte ik bijna op een grote spinnende watertor, een flinke zwarte kever die naast waterslakken vaak vegetarisch eet, terwijl hij als larve een zeer vraatzuchtige rover is.

Share This:

Enthousiast gemaakt door de vele waarnemingen van bijzondere libellen ging ik in het weekend van 23/24 juli naar midden-Limburg. Op de valreep lukte het nog een overnachting te regelen, want dit natuurrijke gebied verdient meer aandacht dan één dag.

Het startpunt was bij Montfort, bij een voormalig landbouwgebied dat al enkele jaren actief omgevormd wordt tot natuurgebied en de akkerlaag is afgegraven en afgevoerd. De resultaten zijn heel succesvol, het gebied wemelt werkelijk van de libellen. Elders toch wel zeldzame soorten als tengere grasjuffer, vuurlibel, beekoeverlibel en zuidelijke oeverlibel komen hier in groten getale voor.

Vuurlibel1
Vuurlibel

De tengere grasjuffers waren in verschillende fases te zien. Zowel uitsluipende dieren als nog niet uitgekleurde imago's en volwassen exemplaren die alweer voor nieuw nageslacht zorgen. De tengere pantserjuffer is een pionierssoort dus het is mooi dat deze het hier goed doet.

Tengere grasjuffer (jong vrouwtje)
Tengere grasjuffer (jong vrouwtje)
Tengere grasjuffer (paringswiel)
Tengere grasjuffer (paringswiel)

Het prikkeldraad rondom het gebied was een ideale plek voor de kleinere heidelibellen om zich op te warmen in de zon. Ik telde er vele honderden bij elkaar.

Bruinrode heidelibel vrouwtje
Bruinrode heidelibel (vrouw)

Ook van de bruine winterjuffer, een van de twee libellensoorten die ook in de winter nog aanwezig is, was een vers exemplaar te bewonderen.

Bruine winterjuffer (niet uitgekleurd)
Bruine winterjuffer (nog niet uitgekleurd)

Aan het eind van de middag ging ik naar het vlakbij gelegen roerdal bij Paarlo, waar je als je geluk hebt de gaffellibel kunt zien. De gaffellibel is evenals de kleine tanglibel een soort van snel stromende beken en rivieren die in Nederland zeer zeldzaam is. Het speurwerk was een behoorlijke opgave, nog versterkt door de warmte, maar uiteindelijk kreeg ik heel even een exemplaar in het oog op een klein strandje langs het water.

Leefgebied gaffellibel
Leefgebied gaffellibel
Gaffellibel
Gaffellibel

Vroeg op de avond bracht ik nog een bezoek aan de enige locatie in Nederland waar het donker pimpernelblauwtje zich voortplant. Het is een klein gebiedje direct langs de provinciale weg. Een kwetsbare plek, waarbij je bijzonder moet uitkijken dat je de vegetatie niet vertrapt. Dit is het leefgebied van de mieren waar deze vlinder van afhankelijk is voor zijn voortplanting.

Leefgebied donker pimpernelblauwtje
Leefgebied donker pimpernelblauwtje
Donker pimpernelblauwtje
Donker pimpernelblauwtje
Donker pimpernelblauwtje
Donker pimpernelblauwtje

De volgende dag begon geheel bewolkt. Qua libellen begon de dag dan ook vruchteloos. Later in de middag brak gelukkig de zon door en werd het opnieuw vrij warm. Langs de roer wilde ik de gaffellibel nog wat beter op de foto krijgen, maar dat is helaas niet gelukt. Van de weidebeekjuffer, die in enorme aantallen aanwezig is langs de oevers, kon ik wel een paar mooie plaatjes maken.

Weidebeekjuffer (vrouw)
Weidebeekjuffer (vrouw)
Weidebeekjuffer (man)
Weidebeekjuffer (man)

Daarna voor de derde keer naar Montfort gegaan. Langs een uitgegraven beekje vlogen veel beekoeverlibellen en enkele zuidelijke oeverlibellen. Dit zijn elders in Nederland toch zeldzame libellen. Het zijn zuidelijke soorten die zich steeds noordelijker in Europa weten voort te planten.

Leefgebied zuidelijke- en beekoeverlibel
Leefgebied zuidelijke- en beekoeverlibel
Beekoeverlibel (man)
Beekoeverlibel (man)
Zuidelijke oeverlibel (man)
Zuidelijke oeverlibel (man)

Aan het eind van de dag testte ik nog mijn geluk op het vlonderpad van de Meinweg om de gewone bronlibel te zien. Wachtend bij het bruggetje over de Roode Beek kreeg ik enkele keren een vliegend exemplaar van Nederlands grootste libel in het vizier, maar blijven zitten voor een foto zat er helaas niet in.

Leefgebied gewone bronlibel
Leefgebied gewone bronlibel

Share This:

Vandaag ging ik op zoek naar het gentiaanblauwtje, een zeldzame vlinder die voorkomt op natte graslanden en heides. Net als het erop lijkende pimpernelblauwtje en donker pimpernelblauwtje heeft het gentiaanblauwtje een ingewikkeld voortplantingsproces die de zeldzaamheid verklaart. Haar eitjes zet het vrouwtje af op de schaarse klokjesgentiaan. De larve die hieruit tevoorschijn komt, laat zich vallen in de hoop meegenomen te worden door een bossteekmier, die houdt van de zoete afscheiding van de rups en hem graag meeneemt naar zijn nest. Eenmaal in het mierennest, groeit de larve uit tot rups en leeft van de mierenlarven tot hij zich verpopt en 's ochtends in alle vroegte als vlinder wegvliegt, voordat hij opgemerkt wordt door de slapende mieren. In alle fases van dit proces kan er iets misgaan en vandaar dat je het gentiaanblauwtje nooit in hoge aantallen zult tegenkomen.

Leefgebied
Leefgebied

Een vlinder die wel massaal vliegt is het heideblauwtje. Bij aankomst in het landgoed Staverden in het noorden van Gelderland, waar ik het gentiaanblauwtje verwachtte, was deze vlinder in groten getale aanwezig, naast bruine blauwtjes en icarusblauwtjes. Heideblauwtjes die al wat gesleten zijn, kunnen op het eerste gezicht op een gentiaanblauwtje lijken, dus dat betekent alle afgevlogen exemplaren goed bestuderen.

Een aantal uur hield ik me hiermee bezig, wandelend langs de rand van dit prachtige, maar kwetsbare gebied vol rietorchissen en zeldzame planten.

Rietorchis
Rietorchis

Geen gentiaanblauwtjes, maar naast bovengenoemde andere blauwtjes wel bruin zandoogjes, witjes en dikkopjes. Al op de terugweg stuitte ik plots op een klokjesgentiaan, midden op het pad. Ik kon 'm mooi fotograferen met een eitje van het gentiaanblauwtje erop.

Klokjesgentiaan met eitje (onderaan)
Klokjesgentiaan met eitje (onderaan)

En ja hoor, een eindje verderop zag ik in de vegetatie twee gentiaanblauwtjes, prachtig in het zonnetje met hun lichtbruine onderkant zonder enig oranje. De vlinders waren aan het paren, dus nageslacht is hier verzekerd. Nu maar hopen dat hun rupsen zich volgend jaar ook zullen ontwikkelen tot volwassen vlinders.

Parende gentiaanblauwtjes
Parende gentiaanblauwtjes
Gentiaanblauwtje
Gentiaanblauwtje

Op de terugweg zag ik nog een aantal reeën vlakbij en in het bosperceel naast me een stuk of 20 edelherten, op minder dan 100 meter afstand. Zo wil ik iedere middag wel afsluiten!

Share This:

Sinds een jaar of tien komt de rivierrombout weer voor in Nederland. Langs enkele plaatsen langs de grote rivieren. De rivierrombout is moeilijk te zien als volwassen libel, de meeste kans heb je om net uitgeslopen exemplaren te zien. De rivierrombout kruipt vanaf half juni uit het water langs zandstrandjes aan de rivier. De oever van de Waal bij Brakel, bij Slot Loevestein, is een plek waar de laatste jaren veel rivierrombouten gezien worden.

Zoals alle libellen zijn rivierrombouten kwetsbaar tijdens het uitsluipen. Daarom sluipen ze al vroeg uit, zodat ze weg kunnen vliegen als de meeste predatoren actief zijn. Om kwart over acht 's ochtends was ik daarom al aanwezig om het proces van dichtbij te kunnen waarnemen. Al snel zag ik een stuk of 6 exemplaren net uit het water komen kruipen. Ze zien er dan nog echt als een nimf uit, maar van dichtbij is te zien dat hij toch wel klaar is om aan zijn volgende levensstadium te beginnen.

Rivierrombout
Rivierrombout - net uit het water op het zand gekropen

Rivierrombouten kruipen niet erg ver uit het water, meestal zo'n één à twee meter. Leuk om te kunnen zien hoe ze zich voorzichtig, maar soms verbazend snel een weg naar het droge banen langs verschillende obstakels. Na een uur of twee blijft hij stil zitten en barst het huidje open, waarna de libel tevoorschijn komt.

Rivierrombout - het huidje barst open en de libel komt tevoorschijn
Rivierrombout - het huidje barst open en de libel komt tevoorschijn

Het duurt niet lang voordat de rivierrombout helemaal uit het huidje tevoorschijn is gekropen. Het spannendste moment is nu aangebroken voor de libel. Hij is nu duidelijk zichtbaar maar nog super kwetsbaar.

Riverrombout
Riverrombout

Eén van de twee exemplaren die ik in het oog hield toonde de kwetsbaarheid maar al te goed aan en werd onbedoeld vertrapt door een van de konikpaarden die veelvuldig aanwezig zijn in de uiterwaarden langs de Waal.

Konikpaard
Konikpaard

De rivierrombout wil nu zo snel mogelijk wegvliegen. Hij pompt zijn achterlijf op en zijn vleugels, die in het huidje helemaal opgevouwen zaten. Hij beweegt zijn vleugels, die nog tegen elkaar aan gevouwen zijn boven het lichaam en vliegt plotseling op om een eindje verderop in de veilige vegetatie te landen.

Rivierrombout - klaar om weg te vliegen
Rivierrombout - klaar om weg te vliegen

Na even zoeken kon ik de rivierrombout terugvinden. Het is nu duidelijk een volwassen libel, maar nog niet uitgekleurd en zal later nog wat constrastrijker geel en zwart worden. De vleugels staan nu aan weerszijden van zijn lijf, zoals bij alle echte libellen. Hij beweegt ze continu om ze goed op te drogen, zodat hij zijn eerst vlucht kan maken. Waarschijnlijk op zoek naar een verse vlieg. Na al deze inspanning heeft hij honger.

Rivierrombout - net uitgevlogen
Rivierrombout - net uitgevlogen

Share This:

2

Na een vergeefse poging vorig jaar, ging ik opnieuw vol goede moed naar het Noordhollands duinreservaat om de bruine eikenpage te zien. Deze keer op een andere plek, vlakbij Bergen aan Zee. Bij aankomst in het gebied zag ik naast het pad een veld met jonge eikenscheuten, waar ik mijn hoop op vestigde.

Biotoop bruine eikenpage
Biotoop bruine eikenpage

Al snel zag ik een aantal bruine eikenpages snel voorbij vliegend, maar wie schetst mijn verbazing toen ik een eindje verderop langs het pad tot wel zes exemplaren kon bewonderen.

De mannetjes zijn territoriaal en daarom veelvuldig vliegend te zien, waardoor ze goed in het oog springen. Met de camera in de aanslag was goed vast te leggen hoe ze vaak op dezelfde plek terugkeren na een vlucht en op een strategische plek wachten op nectar drinken leverde een aantal aardige foto's op.

Bruine eikenpage
Bruine eikenpage
Bruine eikenpage
Bruine eikenpage
Bruine eikenpage
Bruine eikenpage

Tijdens het fotograferen tussen de eikenbosjes zat er ineens een forse rups op mijn kleding: de rups van het Grijs weeskind, een nachtvlinder die de eik als waardplant heeft.

Rups van Grijs weeskind
Rups van Grijs weeskind

Na een uitgebreide fotosessie wandelde ik verder het gebied in. Een prachtige omgeving en erg rustig zo vlak bij het strand. Bruine eikenpages lieten zich verderop niet meer zien, maar wel veel hooibeestjes, kleine parelmoervlinders, enkele duinparelmoervlinders, een bruin blauwtje, kleine vuurvlinder en de eerste grote dikkopjes.

Kleine parelmoervlinder
Duinparelmoervlinder

bloemi

Share This:

De speerwaterjuffer is een zeldzame soort die nog maar op een paar plaatsen in Nederland voorkomt. Het Brabantse Kampina is daar een van. Kampina is een prachtig gebied. De combinatie van heide, vennen, bossen en de Beerze die er dwars doorheen stroomt levert interessante soorten op. Bij aankomst bij het bewuste vennetje vlogen de verschillende soorten witsnuitlibellen en viervlekken al volop, aangevuld met platbuik, glassnijder, oeverlibel en smaragdlibel. De speerwaterjuffer hield zich nog op aan de bosrand, waar ze 's nachts hebben gerust. Na enig speurwerk een mooi exemplaar gevonden.

Speerwaterjuffer
Speerwaterjuffer

Toen de ochtend vorderde, gingen de juffers vliegen en kon je ze ook goed op het water vinden. Wel goed opletten om ze te onderscheiden van de eveneens vliegende azuurwaterjuffers. Eind mei is de tijd dat koraaljuffer en tangpantserjuffer beginnen uit te sluipen, van beide soorten kon ik een mooi exemplaar vastleggen.

Koraaljuffer
Koraaljuffer
Tangpantserjuffer (vrouw)
Tangpantserjuffer (vrouw)

De bosbeekjuffer vliegt inmiddels ook weer in behoorlijke aantallen, om die te fotograferen moest ik een eindje verderop zijn in het gebied. De meeste exemplaren hielden zich enkele meters in het bos op langs de beek. Bosbeekjuffers zijn moeilijk benaderbaar, maar een vrouwtje dat net een vlieg had gevangen was daar zo druk mee bezig dat ze zich van dichtbij liet vastleggen.

Bosbeekjuffer
Bosbeekjuffer

Share This:

2

Na lange tijd lekker gemaakt te zijn door reisverslagen over het vlinderparadijs Viroinval, ging ik zelf op pad, van 16 t/m 19 mei. Viroinval is een gemeente in Zuid-België met op verschillende plekken interessante kalkgraslanden. Dat betekent bijzondere flora en dus ook vlinders. Het weer zat niet echt mee, maar met een beetje zon en uit de wind, aan de zuidkant van zo'n kalkgrasheuvel (tienne in het Frans), bevind je je al gauw in subtropische sferen.

Fondry des chiens
Fondry des chiens

Mijn eerste stop was de Fondry des Chiens. Gesterkt door de verhalen op internet verwachtte ik hier veel van, maar het aantal vlinders viel toch tegen. Ook de dagen daarop. Mooi was hier wel een bruin blauwtje en zowaar een dwergblauwtje, ook hier toch een zeldzame soort. En aarbeivlinders, die je hier overal in de omgeving ziet, vaak in groten getale. Het vurig verlangde kalkgraslanddikkopje lijkt sterk op een aardbeivlinder, wat betekende dat ik iedere aardbeivlinder inspecteerde.

Bruin blauwtje
Bruin blauwtje
Dwergblauwtje
Dwergblauwtje

Voor ik naar mijn verblijfplaats ging, een chalet in het bos aan de grens met Frankrijk, ging ik nog naar een natuurgebiedje ten westen van het dorp Nismes, de Tienne Breumont. In het Nederlands heet dit gebied 'orchideeënvallei', maar waarom het vallei heet is mij niet duidelijk, want het is een grote heuvel met vooral aan de zuidkant prachtige vegetatie. En vlinders! Het wemelde hier van de aardbeivlinders en bruine dikkopjes. Ik ben nog verschillende keren hier terug geweest en iedere keer was het even prachtig. Naast de al genoemde soorten ook paarse parelmoervlinders, bruine vuurvlinder, boswitjes, het kon niet op. En orchideeën natuurlijk, hoewel nog vroeg in het jaar staken er toch al wat hun kop op.

Bijenorchis
Bijenorchis
Paarse parelmoervlinder
Paarse parelmoervlinder
Bruin dikkopje
Bruin dikkopje
Bruine vuurvlinder
Bruine vuurvlinder
Boswitje
Boswitje

De volgende dagen heb ik verschillende andere natuurgebieden in de omgeving bezocht. Mooie wandelingen, maar qua vlinders leverde het weinig op. Op de Montage-aux-Buis waren sleutelbloemvlinders gemeld, maar ik heb ze niet kunnen vinden. Wel een bont dikkopje en ook hier weer veel aardbeivlinders en bruine dikkopjes. En er bleken veel gewone heidespanners rond te vliegen, een nachtvlinder.

Sleutelbloemvlinder
Bont dikkopje
Gewone heidespanner
Gewone heidespanner

De laatste dag begon regenachtig en ik twijfelde of ik toch vast de terugreis zou aanvaarden. Toch nog maar even naar de Tienne Breumont gereden. Dat bleek een goede beslissing. Bij aankomst brak de lucht open en daarna was het gewoon warm.

Tienne Breumont
Tienne Breumont

De vlinders lieten zich nog beter zien dan de dagen daarvoor. Het hoogtepunt was een koningspage die ineens langsvloog, echt een droomsoort! Helaas niet meer kunnen terugvinden, tot ik 'm later bij het fotograferen van een voorjaarsgeneratie landkaartje ineens weer zag vliegen. Gelukkig nog een bewijsplaatje kunnen maken.

Na een lange terugtocht met veel files in België (en waarom geven die Belgen geen richting aan in de file) restte bij thuiskomst de bestudering van de foto's. Dit leverde nog een grote verrassing op, toen één van de vele aardbeivlinders toch een kalkgraslanddikkopje bleek!

Kalkgraslanddikkopje
Kalkgraslanddikkopje

Share This: